Over de Oude Kerk

Alles over de kerk, haar schatten en 

Geschiedenis van
de Oude Kerk

De Oude Kerk aan in Zeist is gebouwd in 1843, maar haar geschiedenis gaat terug tot de vroege middeleeuwen. Als historisch hart van het dorp kent de kerk een rijke historie die nauw verbonden is met de bisschoppen van Utrecht en de Franse bezetting.

Middeleeuwse oorsprong

  • De eerste kapel: Op de locatie van de huidige kerk, gebouwd op een natuurlijke stuwwal, stond in de 10e of 11e eeuw al een kleine, houten gebedshuis.
  • Tufstenen kerk (ca. 1180): Deze werd vervangen door een groter gebouw van tufsteen. In de Middeleeuwen was de kerk een belangrijk machtscentrum in de regio. Een nieuwe bisschop van Utrecht was verplicht eigenhandig de kerkklok in Zeist te luiden om zijn wereldlijke gezag te bevestigen. 

Het Rampjaar (1672)

  • Tijdens het Rampjaar verbleef het Franse leger van koning Lodewijk XIV in Zeist. Franse soldaten hielden zich in de kerk warm door kampvuurtjes te stoken op de grafstenen in de vloer. Verschillende middeleeuwse zerken raakten hierdoor zwaar beschadigd.

De bouw van de huidige kerk (1841-1843)

  • Midden 19e eeuw was de middeleeuwse kerk sterk vervallen en te klein geworden.
  • Tussen 1841 en 1843 verrees de huidige kerk, ontworpen door architect Nicolaas Johannes Kamperdijk. Het is een van de allereerste vroege neogotische kerkgebouwen in Nederland, met sterke invloeden van de Engelse gotiek. 

Bijzondere kenmerken

  • De verhoogde ligging: Omdat de kerk op de restanten van een oude stuwwal ligt, torent het gebouw duidelijk uit boven de rest van het oude centrum.
  • Het Bätz-orgel: Vrijwel direct na de oplevering van de kerk in 1843 werd er een fraai orgel geplaatst, dat tot op de dag van vandaag wordt gebruikt.
  • Het kerkhof: Rondom de kerk bevond zich eeuwenlang een begraafplaats die in 1701 werd omheind door een beukenhaag en paden specifiek voor kerkgangers en begrafenissen. 
  • Akoestiek: De fraaie akoestiek zorgt ervoor dat de kerk een plaats is waar musici graag uitvoeringen geven in de vorm van concerten, muziek- en zangavonden.

Gebruik

De Hervormde Wijkgemeente Pniël van de Protestantse Gemeente Zeist gebruikt de Oude Kerk momenteel wekelijks voor kerkdiensten. De Wijkgemeente rekent zich tot de Gereformeerde Bond. Het gebouw doet geregeld dienst als locatie voor bijvoorbeeld concerten. Een voorwaarde voor de Hervormde Wijkgemeente is dat het karakter van het evenement moet passen bij het Heilige werk van de Drie-enige God die werkt in de gemeente op deze bijzondere plek. 

Bätz-orgel

Bijna gelijk met de bouw van de kerk kreeg de Utrechtse firma J. Bätz & Comp de opdracht voor de bouw van een nieuw orgel met hoofdwerk, bovenwerk en zelfstandig pedaal. Het orgel werd in 1843 in gebruik genomen. Wanneer men wel eens in de Utrechtse Dom is geweest, vallen de gelijkenissen van het ontwerp van het orgelfront op. Architect van het orgelfront betreft de Brusselse architect Tieleman Suys.

In het toonaangevende Nederlandsch Muzykaal Tijdschrift voor 1843 staat een uitgebreide, lovende beschrijving van het instrument en wordt de dispositie vermeld:

“Dit orgel heeft twintig stemmen of toongevende registers, voor twee handklavieren van groot C tot driegestreept F, en een vrij pedaal van groot C tot eengestreept D.

Situatie Bätz-orgel in 1843

Manuaal 10 stemmen

  1. Prestant 16 voet  zuiver Engelsch tin gepolijst in het front
  2. Prestant 8 voet, idem
  3. Roerfluit 8 vt.
  4. Octaaf 4 vt.
  5. Fluit 4 vt.
  6. Quint 3 vt.
  7. Octaaf 2 vt.
  8. Cornet 5 sterk. [Discant]
  9. Mixtuur 3, 4, 5 en 6 sterk
  10. Trompet 8 vt.

Bovenklavier 6 stemmen

  1. Holpijp 8 voet.
  2. Viola di Gamba 8 voet.
  3. Salicionaal 4 vt.
  4. Roerfluit 4 vt.
  5. Gemshoorn 2 vt.
  6. Dulciaan 8 vt.

Pedaal 4 stemmen

  1. Subbas 16 voet.
  2. Octaafbas 8 vt.
  3. Fluitbas 8 vt.
  4. Trombone 8 vt. > vanaf 2024 Bazuin 16"

3 Afsluitingen. 1 Koppeling. Bovenklavier aan het Manuaal.
1 Ventiel. 1 Koppeling. Pedaal aan het Manuaal.
Dit Orgel heeft vier Blaasbalgen.

J.F. Witte
In 1884 nam J.F. Witte de Viola di Gamba 8’ onder handen. Er werden kastbaarden aangebracht en de originele stemringen werden vervangen door expressions (tot en met f2), waartoe het pijpwerk een halve toon werd verschoven. Een aanvraag vanuit Witte om de Trombone 8’ te vervangen door een 16-voets tongwerk werd niet gehonoreerd door de kerkvoogdij.

Orgelfirma de Koff

Na het overlijden van Witte in 1902 trad de Zeister kerkvoogdij, op advies van de Utrechtse domorganist Johan Wagenaar, in contact met de orgelmaker J. de Koff  te Utrecht, oud-werknemer van Witte en voortzetter van diens orgelbouwtraditie. 

De Koff voerde in 1903 onder meer de volgende werkzaamheden uit:

  • De Dulciaan 8’ (Bovenwerk) werd vervangen door een nieuw, aanzienlijk enger gemensureerd exemplaar.
  • Op het Pedaal werd de Trombone 8’ vervangen door een eng gemensureerde Fagot 16’
  • De bekers van de Trompet 8’ (Hoofdwerk) werden een halve toon opgeschoven.
  • Het hoogste koor van de Mixtuur werd vanaf c2 stom gemaakt.
  • Op het Bovenwerk werd de Gemshoorn 2’ vervangen door een Voix Celeste 8’ (vanaf c).
  • Er werd een schokbalg voor het Bovenwerk toegevoegd.
  • De intonatie werd herzien.

 Op aansporing van de in 1933 benoemde organist Anton van Ooik wijzigde de firma J. de Koff & Zn in 1938 het Bovenwerk:

  • Plaatsing in een zwelkast.
  • Toevoeging van een Tremulant.
  • Toevoeging van een Vioolprestant 8’ (C-H zink, vervolg orgelmetaal met 40% tin) op een kantsleep aan de voorzijde van de windlade.
  • Toevoeging van een Gemshoorn 2’ (40% tin) op een kantsleep aan de achterzijde van de windlade.

In 1957 verving De Koff op het Bovenwerk de Voix Celeste 8’ door een doorlopende Sexquialter 2 sterk in fluitmensuur, op het Pedaal werd een Octaaf 4’ toegevoegd.

Restauratie 1977
Verschueren Orgelbouw te Heythuysen voerde in 1977 een restauratie uit. Rijksorgeladviseur Onno Wiersma was sterk geporteerd voor een herstel van het concept-1843, maar willigde verzoeken van Van Ooik in om latere wijzigingen te handhaven, mits deze niet onaanvaardbaar interfereerden met het oorspronkelijke bestand.

De werkzaamheden in hoofdlijnen:

  • Schoonmaak en herstelwerkzaamheden.
  • De windladen werden gerestaureerd. Daarbij werden ze aan de bovenzijden, op de bovensponsels, voorzien van dekplaten. Er werden geen systeemringen aangebracht.
  • De windmotor werd aangesloten op twee van de vier spaanbalgen. De schokbalg uit 1903 werd verwijderd, maar na oplevering van de restauratie werden alsnog twee kleine stootbalgjes aangebracht.
  • De Tremulant werd vernieuwd.
  • De zwelkast om het Bovenwerk werd gehandhaafd.
  • Van de hoofdwerk-mixtuur werd het stilgelegde koor weer tot spreken gebracht.
  • Op het Bovenwerk werd de Gemshoorn 2’ vernieuwd in Bätz-mensuur, werd de Sexquialter vervangen door een Quint(fluit) 3’ (mensuren ontleend aan die van de Gemshoorn 2’) en werd het buiten de zwelkast geplaatste zinken groot-octaaf van de Vioolprestant 8’ verwijderd.

Samenvattend kan worden vastgesteld dat slechts drie van de oorspronkelijke twintig registers in de loop van de tijd waren vervangen door andere, dat twee registers waren gewijzigd en dat drie stemmen aan de dispositie waren toegevoegd. Het Bätz-pijpwerk bleef qua klankgeving goed bewaard.

Schilderwerk
In het kader van werkzaamheden aan het kerkinterieur in 2010 werd de orgelkast herschilderd. Daarbij werden het blinderingssnijwerk en de labia van de frontpijpen met goudverf bestreken. Oorspronkelijk was hier echter – zo blijkt uit het bestek voor het schilderwerk van 1843 – bladgoud aangebracht.

Restauratie door Elbertse Orgelmakers
Nadat in het begin van deze eeuw Elbertse Orgelmakers reeds diverse door corrosie aangetaste pijpvoeten had vervangen, bleek rond 2015 groot onderhoud noodzakelijk te zijn geworden. Dit bood de gelegenheid een aantal onbevredigende niet-originele elementen te herzien conform het concept-1843. 

De orgelbouwkundige werkzaamheden zijn in de afgelopen acht maanden uitgevoerd door Elbertse Orgelmakers (Soest). Adviseurs waren Peter van Dijk en Pim Schipper, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), in de persoon van Wim Diepenhorst.

Werkzaamheden
De vier originele spaanbalgen werden gerestaureerd en de inmiddels hoogbejaarde windmotor werd vervangen. De voetbediening van de balgen werd hersteld, zodat alle balgen nu zowel vanuit de motor als met menskracht van wind kunnen worden voorzien. De schokbalgjes konden worden verwijderd en de tremulant werd herzien.

De klank van de tongwerken uit 1903 sloot, vooral door de enge mensuratie, zo slecht aan bij het Bätz-pijpwerk dat werd besloten ze niet te handhaven en de situatie-1843 te herstellen. De gemeente Zeist verleende, na een positief advies van de RCE, de hiertoe vereiste vergunning.

Vanwege plaatsruimtegebrek moest op het Pedaal de Octaaf 4’ uit 1957 vervallen. De overige niet-originele registers konden worden gehandhaafd en zijn qua intonatie nog beter aangepast bij het Bätz-pijpwerk. Zo werden twee tongwerken nieuw gemaakt: de Dulciaan 8' op het Bovenwerk naar voorbeeld van de Grote Kerk te Harderwijk (1827) en de Trombone 8' op het Pedaal naar voorbeeld van het Bätz-orgel in de Domkerk te Utrecht (1831). Oorspronkelijk zat er ook een Trombone 8' op het orgel, maar deze werd in 1902 door De Koff vervangen door een eng gemensureerde Fagot 16'.

Voorts werd het orgel geheel schoongemaakt en werden waar nodig aan de klaviatuur, orgel- en balgenkast, mechanieken en pijpwerk herstelwerkzaamheden uitgevoerd.

Schildersbedrijf De Jongh uit Waardenburg herstelde beschadigingen van het schilderwerk, vernieuwde enkele registerbeschriftingen en voorzag de frontpijpen-labia en het blinderingssnijwerk weer van bladgoud.

Wijzigingen door Orgelmakerij Steendam
Al tijdens de voorbereidingen van de restauratie in 2018 ontstond er discussie met organisten, gemeenteleden en kerkrentmeesters over de werkzaamheden en het verwijderen van registers. De discussie spitste zich met name toe op het vervangen van de Fagot 16' voor een Trombone 8'. Niet voor niets werd al snel door Orgelmakers Witte in 1879 voor het eerst voorgesteld de Trombone 8' te vervangen voor een Bason 16'. Het voorstel herhaalde hij in 1884, 1894 en 1901. Hierboven valt al te lezen dat zijn opvolger, J. de Koff, in 1902 deze wens realiseerde. Het pijpwerk was helaas uitgevoerd in enge mensuren wat niet de volle tonen resulteerde wat Witte waarschijnlijk voor ogen had. Het orgel wordt in Zeist met name gebruikt voor samenzang en daarbij is een dragend orgel met grondtonen in het pedaal geen overbodige luxe. Er is door de Kerkrentmeesters in 2021 een second opinion gevraagd aan adviseur Henk Verhoef, die concludeerde dat het probleem reeël leek, dat de Trombone 8' niet onder bescherming van de monumentenwet valt en dat dit register middels een relatief eenvoudige ingreep te verbouwen zou zijn tot een Bazuin 16'.

In 2024 verleende Gemeente Zeist, na een positief advies van de RCE, de hiertoe vereiste vergunning. In hetzelfde jaar leverde Orgelmakerij Steendam uit Roodeschool het orgel op na onderhoud en dispositiewijziging. Hierbij werd wederom Wim Diepenhorst als RCE-lid betrokken vanwege zijn ervaring en kennis over het orgel. De pijpen van de Trombone 8' zijn een octaaf opgeschoven en zijn er voor de C-H nieuwe pijpen bijgekomen. De nieuwe pijpen hebben, vanwege de beperkte hoogte van de orgelkas, halve bekerlengte gekregen. De Bazuin 16' klonk met pasen 2024 voor het eerst en is in de daarop volgende zomermaanden verder afgewerkt. De overige werkzaamheden die werden uitgevoerd waren het vervangen van de stenen op de balgen door ijzeren gewichten voor een stabielere winddruk, het onderling afregelen van de balgen, schoonmaak van het orgel en herstel van kapot gestemde pijpen. Tevens werd de winddruk verlaagd van 78 naar 72 mm waterkolom en de intonatie bijgesteld naar het klankbeeld van C.G.F. Witte. Algemeen wordt aangenomen dat bij de bouw in 1843 C.G.F. Witte nauw was betrokken. Bätz leed in zijn laatste jaren aan jicht en vanaf 1833 werd Witte al als compagnon aan boord gehaald om te ondersteunen bij de bouw en uitvoering van de vele orgels die in de werkplaats werden vervaardigd. In 1849 overleed Jonathan Bätz en nam Witte het bedrijf helemaal over. 

Het resultaat van de aanpassing aan het orgel in Zeist werd op 15 oktober 2024 beoordeeld door adviseur Henk Verhoef en Wim Diepenhorst.